Borstvoeding
Uitgebreide informatie over voeding vind je op de pagina ‘borstvoeding‘. De borstvoedingstips van Vereniging Borstvoeding Natuurlijk verschijnen elke maand in onze digitale nieuwsbrief. Daarna worden ze toegevoegd aan deze pagina.
De eerste dagen, wat kun je verwachten?
De eerste dagen, zijn oefendagen, waar een gezonde voldragen baby een vocht- en vetreserve voor heeft. Geef je baby zoveel mogelijk de kans om goed te leren drinken. De eerste melk heet colostrum. Deze is dik en gelig en bijvoorbeeld rijk aan antistoffen die je baby beschermen tegen ziekten. Door je baby beide borsten aan te bieden tijdens iedere voeding, komt je melkproductie sneller op gang en heb je minder last van stuwing. Stuwing is dat je borst erg vol is. Je kunt de baby uit de eerste borst laten drinken tot hij voldaan is of niet meer actief drinkt. Als de baby dan in slaap valt, kun je hem verschonen en laten boeren om hem een beetje wakker te maken. Vaak wordt de baby dan actiever en wil drinken uit de tweede borst. De volgende voeding kun je beginnen met de volste borst. Hoe vaker je baby de borst leegdrinkt, hoe meer melk er gemaakt wordt.
Moedermelk is licht verteerbaar. Het babymaagje is erg klein en daardoor snel weer leeg. Je baby de eerste dagen als hij wakker is elk uur tot anderhalf uur aanleggen is normaal. Als hij wakker is, op zijn vuistjes sabbelt of andere mondbewegingen maakt, dan kun je hem altijd laten drinken. Je hoeft dus niet te wachten met voeden totdat je baby huilt. Wil je meer weten over borstvoeding de eerste weken? Download dan de folder van de VBN.
Hoe herken je of je teveel melk hebt?
Bij de moeder zijn verschijnselen van te veel melk: je borsten voelen ook na de voeding nog vol en onplezierig aan, ze lekken voortdurend, zo nu en dan lijkt het of een deel van je borst pijnlijk is, of rood, of je hebt snel last van een borstontsteking. Je baby kan onrustig drinken: hij verslikt zich vaak, laat los, hikt en boert. Of hij weigert de borst. Hij kan moeite hebben met het in de mond nemen van de borst, omdat ze zo gespannen zijn. Ook kan hij na de voeding veel spugen, of huilen. Opvallend is dat vaak de ontlasting wat groenig is en soms witte stukjes (onverteerde melk) bevat. Tenslotte groeit je baby gemiddeld meer dan 300 g per week.
Sommige van deze verschijnselen kunnen ook wat anders betekenen, de onrust aan de borst is bijvoorbeeld ook een kenmerk van spruw en van te weinig melk. Daarom is het goed om het hele plaatje te schetsen als je hulp zoekt. Download de folder van VBN over te veel melk. Daarin kun je ook vinden wat je kunt doen om een beter evenwicht te krijgen in vraag en aanbod.
Gebruik van een tepelhoedje
Als het aanleggen echt niet lukt, of als het voeden te pijnlijk is, ook na hulp van de kraamverzorgster, is het van belang een lactatiekundige mee te laten kijken met een voeding om je te helpen bij het aanleggen. Zij kan kijken wat in jouw geval de beste adviezen zijn. Soms kan een tepelhoedje een tijdelijke noodoplossing zijn. Soms is voeden met een tepelhoedje minder pijnlijk dan zonder, vooral als je baby door verbeterde grip de tepel wel goed aanzuigt. Maar het voeden kan ook pijnlijker worden, omdat er druk wordt uitgeoefend op het pijnlijke deel. Het tepelhoedje neemt de oorzaak van de pijn vaak niet weg.
Er zitten een aantal bezwaren aan het gebruik van tepelhoedjes. Als je baby alleen op de punt van het hoedje zuigt, krijgt hij vrijwel niets binnen. Het kost de baby veel meer energie om de borst goed leeg te drinken. De borst wordt ook minder goed gestimuleerd, doordat huidcontact ontbreekt. Dit kan gevolgen hebben voor de toeschietreflex en de melkproductie kan daardoor afnemen.
Als de baby met een tepelhoedje van de juiste soort en maat een grote hap kan nemen en goed kan drinken, dan vallen de bezwaren deels weg. Als de pijn afneemt door gebruik van een tepelhoedje, dan kan het worden gebruikt tot er een definitieve oplossing is en het voeden weer normaal verloopt. Wel is het van belang om heel hygiënisch te werken. Was het tepelhoedje na elke voeding met een heet sopje af, spoel het goed na en berg het op een schone plek op. Bij spruw dagelijks tien minuten uitkoken. Bij gebruik van een tepelhoedje is het belangrijk om je te laten begeleiden door een lactatiekundige, om te voorkomen dat het mogelijk het in eerste instantie succesvolle gebruik van het tepelhoedje later een probleem wordt. Meer lezen? Download de brochure van VBN ‘Voorkomen en genezen van pijnlijke tepels’.
Borstvoeding en Keizersnede
Soms is een keizersnee gepland, maar het kan je ook overkomen. Bij een keizersnee komt de melkproductie in principe net zo op gang als na een vaginale bevalling, het loslaten van de placenta zorgt hiervoor. Het kraambed is door de buikoperatie wel minder gemakkelijk en het kan soms wat langer duren voordat de borstvoeding goed op gang komt. Dit kan komen doordat het aanleggen vaak moeizamer gaat wegens napijn en immobiliteit. In steeds meer ziekenhuizen mag de baby al aangelegd worden in de OK of op de uitslaapkamer. Maar vaak gebeurt het pas als de moeder weer op de kraamafdeling ligt. Na een algehele narcose kan de baby aangelegd worden zodra de moeder bij kennis is. De baby heeft dan geen last van de narcose via de moedermelk en de moeder kan haar kindje voor het eerst laten drinken. Zodra moeder en kind weer bij elkaar zijn, is het bevorderlijk voor de borstvoeding om zoveel mogelijk huid-op-huid contact is, ook al kan de baby misschien nog niet uit de borst drinken.
Praktische hulp is onmisbaar. Vraag bij het aanleggen zoveel mogelijk hulp zowel van de verpleging maar ook van familie en/of naaste omstanders. De partner is ook erg belangrijk voor lichaamscontact met de baby in de periode dat de baby niet bij de moeder kan zijn.
Een goede voorbereiding op de borstvoedingstijd is altijd aan te raden, ook als je een geplande keizersnee krijgt. Volg de speciale cursussen die er zijn op borstvoeding gebied.
Meer lezen? download de brochure van VBN ‘Borstvoeding na een Keizersnede’
Voeden op aanvraag
Wat is dat nu, dat voeden op verzoek?
Voeden op verzoek is het aanbieden van de borst op momenten dat een kindje de eerste signalen geeft dat hij of zij trek krijgt. Die eerste signalen kunnen zijn sabbelen op vuistjes, smakken of andere mondgeluiden. De kraamweek is ideaal om deze signalen te leren kennen. De kraamverzorgster kan daarbij helpen: ieder kind heeft zo zijn eigen geluidjes en maniertjes.
Als een kindje huilt, dan kan dat van alles betekenen, je hoort ook van anderen dat kinderen verschillende huiltjes hebben. Ook die kun je leren herkennen. Mocht het huiltje van je kindje duiden op honger, dan ben je eigenlijk al laat, dan heb je de eerdere signalen niet goed ontvangen. Een hongerig en huilend kind heeft geen geduld meer om te oefenen met aanleggen.
In de kraamweek, en afhankelijk van de situatie mogelijk nog langer, houdt dit in dat je 8-12 voedingen of nog meer in een etmaal geeft. Is je kindje de hele dag slaperig en vraagt het niet vaak genoeg om een voeding? Dat kun je je kindje op jouw verzoek voeden, zodat je borsten genoeg gestimuleerd worden en je kindje genoeg te drinken krijgt.

Volg ons!
Maak kans op leuke prijzen en profiteer van onze voordelen. Volg ons via:
Schrijf je hier in vooronze nieuwsbrief